Tegenhouden van UV door brillenglazen

30 mei 2010

Schade aan de ogen door teveel licht komt voornamelijk van de UV-straling in het zonlicht (UV is een afkorting van "ultra-violet"). UV-straling kan ontsteking van het hoornvlies veroorzaken (sneeuwblindheid of "las-ogen") en, op de lange termijn, staar (cataract). Gewone brillenglazen en zonnebrillen houden UV in verschillende mate tegen.

Sneeuwblindheid

Door enige tijd zonder bescherming in fel zonlicht te vertoeven, wat bijvoorbeeld op wintersport kan gebeuren, kan er een oogontsteking ontstaan (sneeuwblindheid). De ogen gaan dan pijnlijk aanvoelen en zijn overgevoelig voor licht. Normaalgesproken gaat dit in 24 uur weer over (als de ogen niet aan nog meer fel zonlicht blootgesteld worden).

Tegenhouden van UV door brillenglazen

Het is niet zo dat donker glas nodig is om de schadelijke UV-straling tegen te houden. Een UV-filter kan goed helemaal helder zijn. Sterker nog, de ogen zelf hebben een UV-filter, dat het netvlies in zekere mate beschermt (maar niet het hoornvlies, aan de oppervlakte van het oog).

Een donkerder zonnebril is dus geen garantie dat deze veiliger voor de ogen is dan een lichtere.

Gewone, transparante brillenglazen zouden een UV-filter kunnen hebben dat afdoende bescherming biedt, hoewel dat over het algemeen niet het geval is. Glas houdt een deel van het UV tegen, zodat er in de auto bijvoorbeeld, door de ruiten, reeds een zekere mate van bescherming tegen is. Brillenglazen van mineraal glas zijn echter over het algemeen niet dik genoeg om UV-straling voldoende te blokkeren.

UV 400

Als er op een zonnebril wordt vermeldt dat deze "UV 400" bescherming biedt, dan wordt er voldoende UV tegengehouden om veilig in de zon te kunnen vertoeven.

De norm houdt in dat er meer dan 99.5% van de straling tussen 280 nm en 400 nm (UV-A en UV-B) geblokkeerd wordt, gemeten volgens AS/NZS 1067:2003.